7:15 am. De wekker haalt me uit een onrustige slaap, door alle indrukken van de dag ervoor heb ik niet goed geslapen en continu na liggen denken over het land waar ik me in bevind. Erg moe stap ik dus mijn bed uit, kleed ik me aan en loop ik naar de kamer naast me, waar Mark ligt te tukken. Omdat zijn alarmklok stuk was heeft hij me gevraagd hem om half 8 te wekken door een paar keer flink op zijn deur te raggen. “Dude, Dude….wow….I’m awake” hoorde ik vanachter de deur vandaan komen nadat ik er bijna een gat in had getrapt.
Een kwartiertje later zaten we allebei aan het ontbijt en om kwart over 8 ‘s ochtends zaten we in de bus richting de wereldberoemde ( beruchte ) vietcong tunnels. Omdat tijdens de Vietnam oorlog de lokale bevolking zwaar in de minderheid was op het gebied van bewapening en technologie, hebben honderdduizenden soldaten ( zowel mannen, vrouwen als kinderen ) jarenlang onder de grond geleefd, in een met boobytraps en zwaar verborgen ingangen beveiligd gangenstelsel, meters onder de grond in het gebied Cu Chi, vlakbij Saigon ( Ho Chi Minh ). Miljoenen mensen hebben de dood gevonden tijdens deze oorlog die schijnbaar voornamelijk in het teken stond van Oorlogsmisdaden en psychisch gestoord wangedrag.
Het tunnelstelsel beslaat ruim 200 miles ( +- 300 kilometer ) en had 3 verdiepingen, keukens, slaapplaatsen, vergaderruimtes en zelfs ziekenzalen. Dit alles dus diep onder de grond waar elke dag weer Amerikaanse tanks overheenreden. Het is ongelovelijk als je je bedenkt wat er allemaal gebeurd is in het gebied waar ik gister ben geweest.
Na ruim een uur rijden kwamen we aan bij de Cu Chi Tunnels. Ik was best zenuwachtig omdat dit iets was dat ik echt altijd al had willen zien en ervaren. Als je aankomt in de jungle van Cu Chi kan je bijna nog voelen dat honderdduizenden mensen hier zijn gestorven, gemarteld en mishandeld. De aanblik van enorme kraters in de grond waar jaren geleden Amerikaanse B52 bommenwerpers hun bommen hebben laten vallen, geven het hele gebied een aparte sfeer mee.
De ene na de andere belachelijk diepe, grote bom-kuil schuift voorbij terwijl we langzaam richting de tunnels lopen. Het moet echt verschrikkelijk zijn geweest om in deze oorlog gevochten te hebben, omringd door de jungle en ( vanuit Amerikaans perspectief ) opjacht naar een vijand die heerser is in het gebied en met honderden tegelijk onder de grond doorrent waar je op loopt. Elk moment kan je op een boobytrap stappen, kuilen met daarin vlijmscherpe bamboe-speren, hele ingegraven kooien met ijzeren priemen die elk deel van je lichaam doorboren als je erin valt, ik heb ze allemaal gezien tijdens mijn enorm indrukwekkende bezoek aan dit gebied.
De tocht begon met een introductiefilm, waarin op anti-Amerikaanse wijze werd laten zien hoe het er ooit aantoe is gegaan op de grond waar ik op dat moment op zat. Naast de televisie stonden enorme napalmbommen, mijnen en andere moordmiddelen tentoongesteld die door de Amerikanen gebruikt zijn in het heetst van de strijd. Iedereen zat ademloos te kijken naar de schokkende beelden die op de tv verschenen, en na 20 minuten Vietnamezen te hebben zien sterven op de meest gruwelijke manieren mochten we de tunnels in.
Het begon met een ‘kennismakings’ ronde door een tunnel van 50 meter lang, 2 meter diep onder de grond. De opening van deze tunnel was wijder gemaakt voor touristen, omdat deze er anders niet inpassen. De normale openingen en ingangen van de tunnels waren gaten in de grond, ter grote van de onderkant van een krat bier. Begrijpelijk is dat de wat dikkere tourist hier natuurlijk nooit inkomt. Een voor een mochten we de helse tunnels in waar mensen geleefd hebben en zijn gestorven. De gangen zijn zo nauw dat het onmogelijk is om te keren als je eenmaal in een gang zit, en kruipend was de enige manier om erdoorheen te gaan. Het is verschrikkelijk heet onder de grond en in de tijd van de oorlog werden de gangen slechts op bepaalde punten verlicht door olielampen. Deze indeling is in tact gebleven, alleen zijn de olielampen vervangen door electrische lampjes. Duisternis overheerst echter in 80% van de lengte van de tunnels.
Nadat we na de eerste tunnel weer boven de grond waren, kwamen we bij een echte ingang, zoals die tijdens de oorlog is gebruikt. Als een potlood moest ik hier in en dan nog was het belachelijk krap om binnen te komen. Duisternis. Vanuit de fel schijnende zon zit je dan ineenkeer in een zwart donker hol, met muren van zand onder je, boven je en om je heen. De temperatuur stijgt en om me heen hoorde ik vleermuizen vliegen en terwijl ik me op handen en voeten voortbewoog door de gangen voelde ik hoe ik met mijn hand een enorme worm plette tussen mijn vingers. Het is niet voor te stellen hoe het is om door deze gangen te kruipen met het idee dat je elk moment kan worden neergeschoten vanuit het donker, of met het idee dat 3 meter boven je de vijand met een dodelijk arsenaal aan tanks voorbij rijdt.
Steeds dieper gingen we onder de grond, het werd steeds warmer en steeds donkerder. Mensen met claustrofobie moeten deze gangen absoluut niet bezoeken, ik voelde me zelfs onaangenaam met het idee dat ik echt geen kant opkon. Ik zag letterlijk helemaal niks en moest me op gevoel voortbewegen. Het zweet droop echt van mijn gezicht af en toen ik na een gang van 120 meter eindelijk weer bovengronds kwam zag ik eruit alsof ik 3 weken in de sahara had doorgebracht. Het is moeilijk te beschrijven wat er door je heen gaat op zo’n moment, terwijl je weet dat je door tunnels kruipt waar zo enorm veel gestoorde dingen gebeurd zijn in het verleden. Ik had van tevoren wel verwacht dat het indrukwekkend zou zijn, maar ik was echt overdonderd door de plek waar ik me bevond.
Iedereen die een idee wil krijgen van hoe het in Vietnam ooit geweest is raad ik aan om the films ‘platoon’ of ‘hamburger hill’ te bekijken. En dan zie je dus alleen nog maar de Amerikaanse kant van het verhaal, en sinds gisteren kan ik zeggen dat ik ook weet hoe de oorlog was vanuit Vietnamees perspectief. Verschrikkelijk. Na de tunnels heb ik nog gezien hoe een ondergronds hospitaal eruit zag, een vergaderruimte en een keuken, nog steeds omringd door de enorme kraters die aangeven dat dit gebied meer is dan een dichte jungle.
De trip eindigde met de mogelijkheid om een AK47 leeg te schieten, het geweer dat door de Vietcong gebruikt werd. Met echte kogels en met gehoorbescherming op legde ik het geweer tegen mijn schouder, terwijl ik met mijn linkerhand de voorkant vasthield en met mijn rechterhand de trekker bediende. Om de terugslag te beperken kon ik het wapen op een soort muurtje leggen en nadat de veiligheidspal van het geweer af was mocht ik schieten. BAM!!! een knal die zelf met gehoorbescherming op door merg en brain ging vooraf aan de kogel die binnen een honderste van een seconde zijn doel raakte. BAM, BAM, BAM, BAM! schieten! Door de terugslag van het vuren werd het geweer steeds verder mijn schouder in gedrukt en ik had het gevoel alsof ik elk moment door een vijand benaderd kon worden. Wat een ervaring, met scherp geschoten met een AK47 geweer in de jungle van Vietnam, het maakte de ervaringen van deze dag nog tastbaarder.
Nadat nog een paar mensen zich gewaagd hadden aan de kracht van dit wapen vertrokken we weer met de bus terug naar Saigon. Het ‘War Remnant Museum’ stond op het programma, voormalig bekend als ‘American War Crimes Museum’. Deze naam lag echter politiek gezien nogal gevoelig en daarom is een aantal jaar geleden de naam veranderd. Nadat we eerst met een groep gasten uit Amerika, Engeland en ik uit Nederland, wategeten hadden in een restaurantje vlakbij, zijn we het museum in gegaan.
Een grote aaneenschakeling van schokkende momenten, gestoorde afbeeldingen en achtergebleven wapens was het gevolg. Foto’s van hoe Amerikaanse soldaten met afgesneden hoofden van Vietcong strijders in de rondte lopen, hoe een voor een levende Vietnamezen uit helikopters naar beneden worden gegooid, hun dood tegemoet. Verminkte gezichten en lichamen van mannen vrouwen en kinderen die door napalmbommen zijn geraakt, bebloedde stukken kleding en nog meer foto’s van de verschrikkelijke dingen die zijn gebeurd tijdens deze oorlog. Sommige foto’s liep ik echt met mijn adem in langs en het meest geschokt was ik van een foto waarop een Amerikaanse soldaat over een grasveld loopt, met een sadistische glimlach op zijn mond, in zijn rechterhand een geweer en in zijn linkerkant een deel van het lichaam van een zojuist afgeslachte Vietnameze man. Geen armen, geen benen, niet eens een lijf, alleen schouders, een stukje t-shirt en een hoofd bungelen tussen de vingers van de, zeer waarschijnlijk, psychisch gestoorde soldaat. Je zag serieus mensen huilen die langs de tentoongestelde foto’s liepen en van sommige afbeeldingen werd ik zelf ook echt misselijk.
In de tuin van het museum stonden verschillende tanks, anti-aircraft geweren, helikopters en vliegtuigen tentoongesteld die door de Amerikanen zijn achtergelaten jaren geleden. Na ruim een uur te hebben doorgebracht in dit museum ben ik met Mark weer richting ons hostel gegaan. Voor 1 dollar, achterop een brommer dwars door het verschrikkelijke verkeer van Ho Chi Minh City. Op sommige momenten echt een bijna dood ervaring, maar wel geweldig om gedaan te hebben.
De avond heb ik doorgebracht met een paar zweden, een paar Engelsen en een Noor. Eerst de finale van de Engelse FA cup gekeken en daarna wat gedronken in een bar, vlakbij mijn hostel. Rond een uurtje of 1 ging ik hier weer naar terug omdat ik de volgende dag (vandaag) een tour had geboekt over de Mekong Delta rivier. Ook dit was echt weer een geweldige dag, met een roeibootje dwars door de Jungle, bezoekjes gebracht aan kleine dorpjes, midden in de jungle een python in mijn nek gehad en zo ontzettend veel nieuwe dingen gezien en meegemaakt, dat ook vanavond slapen vast moeilijk zal worden.